Beroepscode

Alle Coniugium hands-on en body-on practitioners zijn gehouden aan de voor hen speciaal geformuleerde beroepscode. Deze beroepscode bestaat uit

  • een ethische code,
  • een professionaliseringscode,
  • een gezondheidscode en
  • een veiligheidscode.

De volledige beroepscode vindt u hieronder.

N.B. De overige Coniugium professionals, waaronder, de integrale seksuologen / psychologen, de transpersoonlijke seksuologen / psychologen, de somatisch gerichte seksuologen, de sekstherapeuten, de holistische seksuologisch geneeskundig therapeuten, werken volgens hun oorspronkelijke beroepscodes en volgen daarbij de beroepscode die de hoogste eisen stelt aan professionaliteit en ethisch gedrag door de therapeut. Alle voorgenoemde professionals werken hands-off, tenzij voor de behandeling van de cliënt of patiënt een medische handeling en of aanraking noodzakelijk is.

Internationaal Georiënteerde Beroepscode voor
Seksuologische Lichaamswerkers en Sekszorgverleners

N.B. In deze beroepscode wordt “hij”, “hem” gebruikt waar ook “zij”, “haar” bedoeld wordt. Daarnaast is gekozen voor het woord behandelaar in plaats van seksuologische lichaamswerker (*1), en sekszorgverlener (*2), om de tekst goed leesbaar te houden (*3). Aan de beroepscode voor seksuologische lichaamswerkers en sekszorgverleners dienen allen zich te houden die het vak van seksuologische lichaamswerker en of sekszorgverlener uitoefenen/doceren en zich willen conformeren aan de internationale afspraken en gedragsregels die hieromtrent gelden. De code correspondeert met de beroepscode zoals opgesteld door de IPSA (International Professional Surrogates Association), de ethische uitgangspunten van Het Human Awareness Institute en “The New School of Erotic Touch” van Dr. Joseph Kramer. De beroepscode voor seksuologische lichaamswerkers en sekszorgverleners is ook geïnspireerd door de beroepscode van de NVVS (Nederlandse Vereniging voor Seksuologie). Medewerkers van T leden en aspirant leden van de beroepsgroep werken allen volgens onderstaande gedragsregels en uitgangspunten. Zij houden zich aan het gestelde in de beroepscode.

De functie van de beroepscode is als volgt:

De beroepscode heeft ten doel recht en bescherming te geven aan allen die met een seksuologische lichaamswerker en of een sekszorgverlener in een professionele relatie treden. De beroepscode biedt de seksuologische lichaamswerker en de sekszorgverlener ethische en professionele uitgangspunten en regels, waaraan zij hun handelen en functioneren kunnen toetsen en stelt aan het handelen als zodanig duidelijke grenzen. De beroepscode heeft als doel de behandelaren zoals boven genoemd te beschermen tegen onterechte klachten.

Juridische functie van de beroepscode

De beroepscode veronderstelt de grondwet, het strafrecht, de Arbo-wet en alle andere belangrijke wettelijk vastgelegde regelgevingen en vormt daarop een belangrijke aanvulling. 

De beroepscode is onderverdeeld in:

  1. Ethische Code
  2. Professionaliseringscode
  3. Gezondheidscode
  4. Veiligheidscode

1. Etische code

1.a  Etische uitgangspunten

  • De cliënt/student is voor de (Nederlandse/Europese) wet volwassen en volledig wilsbekwaam.
  • De cliënt/student is mede verantwoordelijk voor zijn eigen groei en leerproces, kan zelf beslissen wat hij wil en niet als individu, heeft een proactieve werkattitude als cliënt en is als persoon aanspreekbaar op zijn gedrag.
  • Daarbij toont de behandelaar eerbied voor de seksuele zelfbepaling en zelfbeschikking van ieder persoon, mits deze gepaard gaan met verantwoordelijkheid voor diegenen met wie men een seksueel contact aangaat, voor zowel diens lichamelijke als psychische welbevinden.
  • De cliënt/student en de behandelaar/docent zijn volkomen gelijkwaardig aan elkaar als mens, met de professionele uitzondering dat cliënten en studenten binnen het seksuologische (therapeutische) werk- en leerproces voor een zekere periode in een ongelijke positie verkeren, vanwege het feit dat zij vrijwillig in een transformatie- en/of leerproces zijn. Dit maakt hen in zekere zin kwetsbaar in die specifieke situatie. Het is de verantwoordelijkheid van de behandelaar of docent zorgvuldig met deze kwetsbaarheid om te gaan. Het is de verantwoordelijkheid van de cliënt/student zich deze kwetsbaarheid en afhankelijkheid te realiseren en zover mogelijk bewust te zijn. (*4)
  • De behandelaar/docent stelt het behandelplan/leerplan op, maar houdt daarin waar verantwoord en mogelijk rekening met de wensen en ideeën van de cliënt/student.
  • Zowel de behandelaar/docent als de cliënt/student zijn oprecht, fair en betrouwbaar naar elkaar. Zij zeggen wat zij doen en doen wat zij zeggen.
  • De behandelaar/docent en de cliënt/student laten zich gedurende het (therapeutisch)werk/leerproces niet in met praktijken die de Nederlandse en of Europese wet overschrijden.

1.b  Waardigheid, respect en fatsoen

  • De behandelaar/docent benadert ieder individu respectvol en beschouwt hem als gelijkwaardig. Discrimineert niet op ras, geslacht, afkomst, sociale- en of burgerlijke status, opleiding, leeftijd, huidskleur, levens- en of politieke overtuiging of welk ander onderscheid ook.
  • De behandelaar/docent is bewust en beseft dat elk professioneel handelen – advisering, hulpverlening, voorlichting, etc., inclusief het benoemen van seksuele gedragingen en attitudes bij de cliënt/student – moreel-ethische consequenties heeft, waarbij de cliënt/student die met de behandelaar/docent een professionele relatie aangaat andere opvattingen kan hebben dan hijzelf. De behandelaar/docent zal de
  • implicaties hiervan op eigen initiatief bespreken met degene met wie hij de professionele relatie is aangegaan.
  • De behandelaar/docent overschrijdt nooit de algemeen aanvaarde regels van het fatsoen.
  • De behandelaar/docent respecteert en erkent het recht van de client/student te allen tijde om in vrijheid keuzes te maken en beslissingen te nemen over het eigen leven, leren en functioneren, ook binnen het behandel/opleidingstraject. De cliënt/student mag daarom op elk gewenst moment de behandeling/opleiding stoppen, veranderingen in eerder genomen beslissingen aanbrengen en bijsturen.
  • De behandelaar/docent mag op zijn beurt bepalen of deze een cliënt/student wil aannemen en behandelen/doceren. In alle gevallen waakt de behandelaar/docent over de kwaliteit en professionaliteit van een behandeltraject/leerproces en zorgt ervoor dat dit continu gegarandeerd kan worden.
  • De behandelaar/docent stelt de belangen van de cliënt/student voorop. Echter voorkomt en werkt niet mee aan zaken die schade kunnen berokkenen aan zichzelf, andere individuen, groepen, organisaties en of de maatschappij.
  • Bovendien dient hij met de uitoefening van zijn vak ook het algemeen belang in de ruimste zin van het woord.
  • De behandelaar/docent past zich waar nodig aan en houdt intensief rekening met de individuele mogelijkheden, de leer- & ontwikkelingsniveaus en de persoonlijke behoeften van de cliënt/student en benadert de cliënt/student zoveel mogelijk vanuit een objectieve en neutrale attitude.
  • De behandelaar/docent toont respect voor de overtuigingen, het gedachtegoed, de bezittingen en de leefomgeving van de cliënt/student. (*5)
  • De behandelaar/docent is een ambassadeur (*6) op het gebied van liefde, intimiteit en seksualiteit en fungeert daarom ook als rolmodel voor zowel de cliënt/student als de samenleving.

2. Professionaliseringscode

2.a  Beroepsgeheim, geheimhouding en vertrouwelijkheid

  • Een behandelaar/docent houdt zich aan het gestelde beroepsgeheim en legt hiervoor een eed af op het moment dat deze officieel geaccrediteerd en of geïnstalleerd wordt. (*7)
  • Het beroepsgeheim is van kracht tijdens en buiten beroepsuitoefening.
  • Het beroepsgeheim houdt in dat de behandelaar/docent vertrouwelijk en discreet omgaat met alle informatie over de cliënt/student die hij direct, indirect of op enige ander wijze heeft ontvangen. Behoudens werkoverleg met naaste collega’s of andere beroepsspecialisten die nauw bij de behandeling en of opleiding van de cliënt/student betrokken zijn, moet de behandelaar/docent vooraf altijd toestemming vragen aan de cliënt/student om met andere beroepsspecialisten te mogen overleggen. Echter, in geval van zeer ernstige strafbare feiten gepleegd en in de sessie bekend door de cliënt/student is de behandelaar/docent volgens de Nederlandse wet verplicht tot melding en aangifte hiervan bij de politie. (zie wetswijziging omtrent geheimhoudingsplicht, 2004).
  • Indien een dergelijke situatie zich voordoet zal de behandelaar/docent eerst nagaan (en dat in het dossier vastleggen) of inschakeling van andere hulpverleningsinstellingen tot het beoogde doel kan leiden of in belangrijke mate daartoe kan bijdragen. Zich tot een justitiële instelling wenden zal hij enkel overwegen als er geen andere uitweg is om het beoogde doel te bereiken.
  • De behandelaar/docent is verplicht zich jegens de rechter te beroepen op verschoning indien het afleggen van een getuigenis of het beantwoorden van bepaalde vragen hem in strijd brengt met zijn geheimhoudingsplicht. Indien de rechter weigert verschoning toe te staan, dan mag de behandelaar/docent de ter zitting gestelde vragen over de persoon in kwestie beantwoorden. De behandelaar
  • dient zich dan te beperken tot het geven van feitelijke informatie en dan nog uitsluitend die informatie waar om gevraagd wordt; hij dient zich te onthouden van waardeoordelen.
  • De behandelaar/docent mag in principe niet optreden als getuige-deskundige in een rechtsgeding, met als doel de feitelijke waarheid vast te stellen, wanneer hij als hulpverlener, dienstverlener, adviseur, opvoeder en of begeleider in betrekking staat tot een of meerdere van de in de zaak betrokkenen, (gedaagde(n), getuige(n), e.d.).

2.b  Dossier (*8) en geheimhouding

  • De behandelaar bewaart het dossier onder eigen verantwoordelijkheid. Indien in loondienst bij een particuliere - of overheidsinstelling mag de behandelaar deze verantwoordelijkheid voor wat betreft een centraal databestand gedelegeerd achten aan de werkgever.
  • De behandelaar/docent maakt (persoonlijke) gegevens en data betreffende de cliënt/student niet openbaar, tenzij de cliënt/student hiervoor uitdrukkelijk en schriftelijke toestemming verleent. Dit geldt ook voor audio-, video- of filmregistraties van sessies of lessen.
  • Deze toestemmingsverklaringen dienen in het cliënt/studentdossier bewaard te worden.
  • Deze bepaling blijft van kracht ook nadat het contact of de behandeling beëindigd is.
  • Bij ontbreken van schriftelijke toestemming van de betrokken cliënt/student om informatie aan derden te verstrekken kan de behandelaar zich slechts ontheven achten van de plicht tot geheimhouding indien tenminste voldaan is aan alle hieronder genoemde voorwaarden:
    - alles is in het werk gesteld om toestemming van de cliënt/student te krijgen
    - de behandelaar/docent in ernstige gewetensnood verkeert door het handhaven van de geheimhouding
    - er geen andere weg is dan doorbreking van het geheim om het probleem op te lossen
    - het vrijwel zeker is dat het niet-doorbreken van het geheim voor derden aanwijsbare en ernstige schade en of gevaar kan opleveren
    - de behandelaar/docent er vrijwel zeker van is dat door de doorbreking van de geheimhouding de schade aan de ander(en) in belangrijke mate kan worden voorkomen of beperkt.
  • De behandelaar/docent zorgt ervoor dat het dossier van de cliënt/student zich in een afsluitbare ruimte en of kast bevindt. Alleen de behandelaar/docent en of zijn werkgever hebben toegang tot het cliënten/studentendossier.
  • De behandelaar/docent vergewist zich ervan – bij het onderbrengen van het dossier in een al dan niet geautomatiseerd centraal databestand – dat de toegang daartoe, zowel technisch (computerbeveiliging, afsluitbare kast, e.d.) als bij reglement zodanig is afgeschermd dat hij zich kan houden aan het gestelde in de beroepscode.
  • Het cliëntendossier wordt veilig bewaard tot vijf jaar na de laatste behandeldatum en wordt daarna in principe vernietigd. Slechts als de behandelaar het nodig acht wordt het dossier langer bewaard. Het studentendossier wordt tien jaar bewaard en daarna vernietigd.
  • De cliënt/student heeft het recht zijn dossier in te zien.
  • Bij inzage in het dossier biedt de behandelaar aan – zo nodig – uitleg te geven.
  • De cliënt/student heeft recht op verbetering, aanvulling, verwijdering of vernietiging van het dossier, indien deze kan aantonen dat opgenomen gegevens onjuist of onvolledig of – gezien de doelstelling van het dossier – niet ter zake doende zijn. Een verzoek hiertoe dient door de cliënt/student schriftelijk bij de dossierhouder te worden ingediend. Wanneer de cliënt /student de behandelaar verzoekt zijn dossier te
  • vernietigen, dient dit binnen een jaar te geschieden. Tenzij het bescheiden betreft waarvan redelijkerwijs aannemelijk is dat de bewaring van aanmerkelijk belang is voor een ander dan de cliënt, alsmede voor zover het bepaalde bij of krachtens de wet zich tegen vernietiging verzet.

2.c  Privacyregels

  • De behandelaar waarborgt de privacy van de cliënt te allen tijde, zowel in de publieke ruimte, als in de praktijk- en wachtruimte. Hij draagt er desgevraagd zorg voor dat cliënten elkaar niet tegenkomen in de wachtruimte, maakt er geen gewoonte van cliënten buiten de praktijk om te begroeten en of aan te spreken.
  • De behandelaar/docent hanteert binnen en gedurende de professionele relatie geen methoden die cliënten/studenten of andere personen aantasten in hun waardigheid of die verder doordringen in het privé-leven dan nodig is voor het gestelde doel van de behandeling, voorlichting, onderricht, onderwijs of onderzoek.
  • Het is de behandelaar/docent toegestaan wanneer dat noodzakelijk is voor een adequate behandeling of in het kader van supervisie (*9), intervisie (*10) of consultatie, ook zonder toestemming van de cliënt/student, relevante gegevens11, weliswaar anoniem, aan derden, wier medewerking nuttig geacht worden, te verstrekken en te bespreken, mits deze gebonden zijn aan deze code. Dit recht tot overleg en consultatie strekt zich uit tot andere beroepsbeoefenaren mits gebonden aan een eigen beroepscode die op dit punt gelijkwaardig is aan deze code. Dit moet de behandelaar vooraf verifiëren. Indien degene, wier medewerking noodzakelijk is bij een behandeling geen of een minder stringente eigen geheimhoudingsplicht kennen, moet met hen voorafgaand een geheimhoudingsplicht overeenkomstig de hier omschreven plicht worden afgesproken en schriftelijk vastgelegd.
  • Ten behoeve van wetenschappelijk en of statistisch onderzoek en evenzeer betreffende publicaties of publicaties ten behoeve van onderwijs en onderricht mag de behandelaar/docent gegevens verstrekken aan derden, mits de persoonlijke levenssfeer van de cliënten/studenten niet wordt geschaad en onverlet zijn eigen verantwoordelijkheid. De persoonsgegevens van de cliënten/studenten kunnen in een dergelijk geval vervangen worden door een dossier- of cliëntcode. De persoonsgegevens dienen in dit geval separaat bewaard te worden.
  • In de publiciteit en media mag door de behandelaar alleen in volstrekt geanonimiseerde of abstracte vorm gerefereerd worden aan bepaalde seksuele en intieme aangelegenheden van hem bekend zijnde personen.
  • De behandelaar/docent geeft nooit namen van cliënten/studenten aan de pers en andere media, ook al zouden ze daar zelf mee instemmen. Evenmin verklaart hij zich bereid om aan zijn cliënten/studenten een dergelijke instemming te vragen, daar zij meestal in een afhankelijkheidspositie verkeren ten opzichte van hem als behandelaar.

2.d  Vakgerelateerde principes en uitgangspunten

  • De behandelaar/docent maakt de bevrediging en vervulling van de eigen persoonlijke emotionele, relationele, seksuele, intieme en of andere behoeften en wensen niet afhankelijk van de relatie met de cliënt/student.
  • De behandelaar/docent houdt zijn werk en privé-leven zoveel mogelijk gescheiden en zorgt voor een positieve kruisbestuiving van beide levensgebieden.
  • De behandelaar/docent zorgt ervoor dat er geen relationele belangenverstrengeling plaatsvindt. Indien dit wel het geval is zal de behandelaar/docent de professionele (therapeutische) relatie beëindigen, dan wel de andere relatie voor de duur van de behandeling/opleiding opschorten tot zes maanden na de laatste sessie.
  • Bij verbreking van de professionele relatie door de behandelaar/docent, dient hij de uiterste zorgvuldigheid in acht te nemen en indien mogelijk verwijzing aan te bieden.
  • De behandelaar/docent heeft in principe niet het recht de professionele relatie te verbreken als er sprake is van een therapeutische of leersituatie, tenzij er sprake is van gewichtige redenen:
    - De behandelaar/docent heeft goede redenen te verwachten dat voortzetting van de professionele relatie niet zal leiden tot verbetering of handhaving van het functioneren van de cliënt/student.
    - De cliënt/student eist vervanging van het oorspronkelijke overeengekomen doel door een ander.
    - De behandelaar/docent vreest dat voortzetting van de professionele relatie niet meer te verenigen is met zijn lichamelijke en of geestelijke gezondheid danwel met zijn veiligheid.
    - De cliënt/student niet wil meewerken aan bepaalde methoden die de behandelaar/docent in het kader van de taakstelling en taakvervulling nodig vindt, als gevolg waarvan de behandelaar/docent de professionele relatie niet langer verantwoord acht.
    De behandelaar/docent accepteert gedurende de looptijd van de professionele relatie en na afloop, gedurende een periode van zes maanden, geen geschenken van de cliënt/student die een betrekkelijke kleine waarde te boven gaan.
  • De behandelaar mag in geen geval zijn eigen familie, (levens)partner en of (klein)kinderen behandelen.
  • De behandelaar/docent is zich bewust van de beperkingen en mogelijkheden van zijn beroep, zijn persoonlijke zwaktes en de grenzen van zijn persoonlijke competenties en handelt daar ook naar.
    De behandelaar/docent toont in alle situaties met cliënten/studenten zijn persoonlijke waardigheid en straalt daarmee autoriteit en professionaliteit uit.
  • De behandelaar/docent is zich bewust van zijn machtspositie ten aanzien van de cliënt/student en maakt hier nimmer misbruik van.
  • De behandelaar/docent gaat gedurende de behandelperiode/onderwijsperiode geen privé georiënteerde intieme of zelfs seksuele relatie met een cliënt/student aan. De intieme en of seksuele relatie die wordt aangegaan is professioneel. Dat houdt in therapeutisch en of educatief gebaseerd en daarmee strikt noodzakelijk en op zijn plaats.
  • Pas na een periode van 18 maanden, nadat de behandeling/opleiding volledig is afgerond vervalt bovenstaande regel.
    De behandelaar/docent die in een cliënt/student relatie te maken krijgt met onbeheersbare, storende overdracht- en tegenoverdracht (*12) dient een collega, intervisor of supervisor te raadplegen om gezamenlijk na te gaan:
    - of de aangegane professionele relatie – die in zo’n geval ernstig onder druk komt te staan – gecontinueerd kan worden en op welke voorwaarden dat zou kunnen;
    - of verwijzing overwogen moet worden en op welke manier dat dan moet gebeuren.
  • De behandelaar/docent zal niets doen dat een cliënt/student schaadt in zijn ontwikkeling. Daarnaast zal de behandelaar/docent rekening houden met de naaste omgeving van de cliënt/student en zorg dragen voor een “ecologische stijl” van behandeling (*13) welke het welzijn van de cliënt/student en zijn (naaste) omgeving bevordert.
  • De behandelaar/docent respecteert zoveel mogelijk de taal waarin de cliënt/student zijn eigen seksualiteit begrijpt en uitdrukt. Dit betreft ook diens lichaamstaal. Hij zal echter wel kritisch corrigeren waar deze taal uitdrukking is van mogelijke misvattingen omtrent zijn of andermans seksualiteit of strijdig is met de huidige seksuologische inzichten. Daarnaast dienen ook de persoonlijke grenzen van de therapeut, coach, docent gerespecteerd te worden.

2.e  Professionalisering, collegiale ondersteuning en relaties

  • De behandelaar/docent zal indien nodig en wenselijk bereid zijn tot samenwerking en overleg met collega’s, andere vakkrachten en of specialisten.
  • Tijdens een behandeling met een intensief therapeutisch karakter zal er altijd een door de Nederlandse/Europese overheid geaccrediteerde therapeut (procescoach) meewerken en toezicht houden op de behandelaren die deze accreditatie niet in huis hebben. Dit gebeurt door middel van geregelde evaluatiegesprekken met de behandelaar en de betreffende cliënt.
  • De behandelaar/docent heeft een collegiale en loyale attitude en is bereid mee te werken aan voortgaande professionalisering van het seksuologische vakgebied.
  • De behandelaar/docent past zelfreflectie en zelfanalyse op gezette tijden toe, om als mens en als professional goed te ontwikkelen en te functioneren.
  • Daarnaast neemt de behandelaar/docent deel aan minimaal vier intervisie- en drie supervisiesessies per jaar. Is daarnaast bereid tot bijscholing, indien nodig. Blijft tevens op de hoogte van de laatste ontwikkelingen in zijn vakgebied door het lezen van vakliteratuur, bezoeken van conferenties en symposia.
  • De behandelaar/docent is ook bereid (nieuwe) methoden en technieken uit te proberen en toe te passen binnen zijn praktijk/opleiding en hierover met andere collega’s te reflecteren.
  • Via zijn website, folder en of curriculum verschaft de behandelaar/docent de cliënt/student actuele informatie over de visie en missie van zijn praktijk/opleiding, de (les)methoden die worden gebruikt, de diverse behandelmogelijkheden en zijn recent opgesteld CV.

2.f  Ethische uitgangspunten ten aanzien van subsidie en sponsering

  • De behandelaar/docent onthoudt zich van het via de media op sluikse wijze reclame maken voor louter zijn eigen seksuologische/tantrische praktijk, anders dan door het evident plaatsen van praktijkadvertenties of commerciële boodschappen.
  • In het algemeen onthoudt de behandelaar/docent zich van commentaar en uitspraken via de publieke media die afbreuk kunnen doen een de status en de stand van ontwikkeling van het seksuologische vakgebied en het seksuologische lichaamswerk in het bijzonder.
  • De behandelaar/docent kan en mag ter instandhouding, verbetering en verruiming van (de kwaliteit en effectiviteit van) zijn hulp- en of dienstverlening, (wetenschappelijk) onderzoek, voorlichting, onderwijs en zo meer, zoeken naar en gebruik maken van alle vormen van subsidieverlening en sponsoringmogelijkheden vanuit de overheden, particuliere instellingen, stichtingen of het bedrijfsleven. In al deze gevallen dient de
    behandelaar/docent verantwoordelijk te blijven voor (de kwaliteit van) zijn werk en het seksuologische vakdomein. Hij mag in geen geval zijn werk en het vakdomein ondergeschikt maken aan de belangen van de geldschieters, zoals disciplinaire belangen vanuit overheden of commerciële belangen vanuit bedrijven.

2.g  Ethische en professionele uitgangspunten voor integer seksueel/intiem fysiek contact met cliënten/studenten en lichaamsgerichte interventies gedurende de behandeling/opleiding

  • Seksueel/intiem fysiek contact en lichamelijke interventies binnen het vakdomein van de seksuologische lichaamswerker en de sekszorgverlener zijn geoorloofd, mits ze naar het inzicht van de behandelaar/docent bijdragen aan het bewerkstelligen van verbetering ten aanzien van het seksuele (relationele) welbevinden van de cliënt/student. Er moet hier eerder sprake zijn van een noodzakelijkheid dan van een wenselijkheid.
  • Het moment dat de behandelaar/docent inderdaad besluit over te gaan op behandeling in overleg met de cliënt/student draagt hij er zorg voor dat dit wordt vastgelegd in het behandelplan/lesplan. Dit plan dient besproken en ingezien te kunnen worden door terzake kundige derden, zoals procescoaches, collega’s en of de leiding van de opleiding.
  • De behandelaar/docent zal de cliënt/student op een voor hem begrijpelijke wijze op de hoogte stellen van het specifieke doel van de behandeling met lichaamsgerichte interventies mogelijk uitmondend in seksueel/intiem fysiek contact en de wijze waarop deze worden toegepast, aangeleerd en geïmplementeerd.
  • Wanneer een cliënt/student niet wil ingaan op een behandeling waarin lichaamsgerichte interventies plaatshebben (dit kan op elk moment in het behandelproces zijn) zal de behandelaar/docent te alle tijden afzien van deze vorm van behandelen. De behandelaar/docent zal de cliënt/student indien nodig doorverwijzen naar een collega die op een andere (beter bij de cliënt passende) manier werkt (*15).
  • 3. Gezondheidscode

3.a  Algemene gezondheid van de cliënt/student en de behandelaar/docent

  • De behandelaar neemt tijdens de intake een medische anamnese af bij de cliënt en informeert daarbij naar de lichamelijke en psychische conditie van de cliënt, naar het eventuele gebruik van medicatie. Indien nodig wordt de naam en het adres van behandelende specialisten gevraagd. De naam en het adres van de huisarts worden standaard ingevuld op het cliëntformulier.
  • De cliënt is verplicht een gezondheidsverklaring te ondertekenen, voordat de behandeling van start gaat.
  • De behandelaar zal geen cliënten in behandeling nemen, indien er sprake is van serieuze medische en of psychologische contra-indicaties. (zie hiervoor de contraindicatielijst met mogelijke aandoeningen en verboden behandelingen.)
  • Indien de behandelaar/docent zelf een ernstige overdraagbare en of besmettelijke ziekte onder de leden heeft, zal die gedurende deze periode geen cliënten behandelen of studenten doceren.
  • Cliënten/studenten die ernstige overdraagbare en of besmettelijke aandoeningen onder de leden hebben zijn voor de periode dat de ziekte besmettelijk is niet welkom in de praktijk of op de opleiding. Deze regel is afhankelijk van de soort ziekte en de aard van overdraagbaarheid. Hierop wordt het beleid per geval aangepast.
  • De behandelaar/docent stelt zich in op het signaleren van gezondheidsbedreigende gedragingen, houdingen of factoren en maakt daar op attent, adviseert daaromtrent of
    neemt passende maatregelen.
  • De behandelaar/docent als de cliënt/student werken met inachtneming van de uiterste persoonlijke hygiëne.
  • De behandelaar/docent/student is verplicht zich te laten inenten tegen Hepatitis A en B.

3.b  Genitaal en coïtaal fysiek contact met cliënten/studenten

  • In geval van genitaal en of coïtaal contact tussen cliënt en behandelaar, zal de behandelaar de cliënt verzoeken zich voorafgaand aan de behandeling te laten testen op HIV en andere relevante SOA (Seksueel Overdraagbare Aandoeningen). De uitslag op naam zal de cliënt aan zijn behandelaar overleggen, voordat dergelijk fysiek contact mag plaatsvinden. In geval er iets gedurende het behandeltraject op gezondheidsgebied verandert moet de cliënt dit direct melden aan de behandelaar en zal er eventueel opnieuw getest worden.
  • De behandelaar/docent en student die genitaal en coïtaal werken laten zichzelf periodiek testen (drie maandelijks) op HIV en andere relevante SOA en zijn bereid hiervan de recente schriftelijke verklaringen op naam te overleggen aan de cliënt of schoolleiding, als deze daarom verzoeken.
  • Bij genitaal en coïtaal werk wordt er altijd gebruik gemaakt van condooms, of een pessarium en handschoenen (of vingercondooms) in geval van een handmatige vaginale - en of anale massage.
  • Bij oraal genitaal contact wordt ook gebruik gemaakt van condooms, beflapjes of een plastic keukenrol.
  • Bij (tong)zoenen moeten zowel de behandelaar als cliënt tanden poetsen en de mond met antibacterieel mondwater reinigen, voorafgaand aan de zoensessie.
  • In het geval dat een condoom of pessarium defect raakt tijdens een sessie is de cliënt/student verplicht binnen 24 uur mee te werken aan een HIV sneltest en in een later stadium eventueel mee te werken aan een test betreffende andere relevante SOA. De behandelaar laat zich ook binnen 24 uur testen. Beide partijen zijn bereid de resultaten van de HIV test aan elkaar te overleggen.
  • In een dergelijke situatie kunnen behandelaar en cliënt/student zich wenden tot een gespecialiseerd HIV centrum voor een sneltest, welk 24 uur per dag geopend is en verbonden is met diverse ziekenhuizen in het land.
  • In geval zowel de cliënt/student als de behandelaar/docent negatief getest worden kan de behandelaar/docent/student zijn praktijkroutine hervatten.
  • In geval een cliënt HIV besmet blijkt te zijn zal de behandelaar/docent/student indien noodzakelijk een PEP behandeling ondergaan om het HIV virus te remmen. De behandelaar/docent/student zal zich na drie maanden opnieuw laten testen en ook nog een keer na zes maanden. Dit is de maximale incubatietijd voor een HIV besmetting.
  • Gedurende deze periode mag de behandelaar/docent/student niet zoenen en ook niet coïtaal en of genitaal werken met cliënten.
  • Vaste partners van seksuologische lichaamswerkers en sekszorgverleners dienen zich ook op regelmatige basis te laten testen op HIV en andere relevante SOA. Vervolgens bereid te zijn de resultaten met de partner die behandelt te delen. Een maal per zes maanden testen is voldoende.

3.c  Hygiëne en infectiepreventie in de behandelkamer en praktijk

  • Lichamelijk contact met Cliënten
  • Immuunstatus Behandelaar
  • Reiniging en Desinfectie
  • Instrumentarium
  • Hulpmiddelen
  • Vloer van de praktijkruimte
  • Voorwerpen en meubilair
  • Inrichting van de praktijkruimte
  • Lichamelijk contact met Cliënten

Seksuologische lichaamswerkers en sekszorgverleners/docenten/studenten komen in direct lichamelijk contact met cliënten. Ten aanzien van het besmettingsrisico zijn cliënten onder te
verdelen in:
A. Cliënten met intacte huid die in het algemeen komen voor aanraking, massage, magnetiseren, acupressuur, zij lijden niet aan een besmettelijke ziekte.
B. Cliënten met een niet intacte huid bijvoorbeeld met wonden, eczeem (nattend) of andere ulcera. Hier is sprake van groter risico op (kruis) besmetting.
C. Cliënten met een duidelijke verlaagde weerstand, bijvoorbeeld als gevolg van inmunosuppresie, antibiotica, bestraling of chemotherapie.

A. Cliënten met intacte huid
Gezien het beperkte besmettingsrisico zijn algemene preventieve maatregelen voldoende bij de behandeling van cliënten uit categorie A. Deze maatregelen bestaan uit:

  • Indien cliënt en behandelaar tijdens de sessie ontkleed zijn, dienen beiden vooraf warm te douchen en zich te wassen met zeep. In geval alleen de cliënt naakt is tijdens de sessie dient
  • deze vooraf warm te douchen en zich te wassen met zeep.
  • De behandelaren dienen verder (werk)kleding te dragen die tenminste dagelijks wordt verschoond (moet tenminste op 60°C gewassen worden). Tijdens het werk mogen sieraden,
  • polshorloges en dergelijke niet gedragen worden.
  • Bij huidlesies van de behandelaar liefst disposable handschoenen dragen bij direct huidcontact met de cliënt.
  • Handenreiniging na iedere behandeling/sessie. In plaats van wassen met water en zeep, kunnen de handen ook met een handalcohol gedesinfecteerd worden.
  • Zichtbaar verontreinigde handen moeten altijd met water en zeep gereinigd worden.
  • Indien contact met bloed/sperma, dienen handschoenen gedragen te worden.
  • Met bloed of andere bloedbevattende lichaamsvochten (sperma/vaginaal vocht) besmette hulpmiddelen dienen zo spoedig mogelijk gereinigd en gedesinfecteerd te worden.

B. Cliënten met een niet intacte huid.

Bij cliënten met een niet intacte huid (categorie B) is gevaar op (kruis)besmetting aanwezig. Naast bovenstaande maatregelen zijn de volgende extra voorschriften van toepassing:

  • 1. De cliënt wordt zoveel mogelijk aan het eind van de dag behandeld. Dan heeft men voldoende tijd de algemene en additionele maatregelen naar behoren toe te passen.
  • 2. Daar het hier om lichaamsvochten gaat, is het dragen van handschoenen noodzakelijk, ook bij verwijderen van eventuele verbanden/kousen.

C. Cliënten met een duidelijk verlaagde weerstand.

De cliënt met verminderde weerstand (categorie C) zo goed mogelijk beschermen tegen de flora van de behandelaar. In het algemeen houden de maatregelen in:

  • 1. De handen voor contact met de patiënt desinfecteren met een handalcohol.
  • 2. Schone kleding aantrekken/douchen.
  • 3. Disposable handschoenen dragen tijdens de behandeling.
  • 4. Instrumenten en hulpmiddelen voor gebruik bij de cliënt desinfecteren.

Immuunstatus behandelaar

  • Gezien de frequentie van direct contact met cliënten is het wenselijk als de behandelaar op de hoogte is van zijn immuunstatus.

Reiniging en desinfectie

  • Indien materialen worden gebruikt voor cliënten met een verminderde weerstand is desinfectie voor gebruik noodzakelijk. Indien materialen bij een besmettelijke patiënt zijn gebruikt is desinfectie na gebruik zeker noodzakelijk. Voor het overige gelden onderstaande maatregelen:
  • Behandel- of massagetafel of massagematras: voor iedere patiënt met een papierlaag of schoon laken afdekken. De behandeltafel of matras moeten afwasbaar zijn.
  • Voor elke sessie, schone handdoeken, badjas en slippers gebruiken.
  • Tenminste 1x per week huishoudelijk reinigen, zonodig op indicatie desinfecteren en evenzo reinigen bij zichtbare vervuiling.
  • Massageolie: op gewassen handen of in een plastic of glazen schaaltje uitgieten. Vermijd contact bestaan met de flessenhals. Vermijding van contact is nodig ter voorkoming van introductie van micro-organismen in de vloeistof. Navullen van lege flessen is niet toegestaan.

Instrumentarium

  • Waar mogelijk dient instrumentarium waarmee invasieve handelingen worden verricht te worden gesteriliseerd of slechts 1 maal te worden gebruikt en daarna weggegooid.

Hulpmiddelen

  • Hulpmiddelen dienen waar mogelijk huishoudelijk gereinigd en daarna gedesinfecteerd te worden.
    Gevoelige hulpmiddelen desinfecteren met alcohol 70%.

Vloer van de praktijkruimte

  • De vloeren in de praktijkruimte dienen stofvrij gehouden te worden. Gemorste vloeistoffen direct verwijderen. Indien dit een lichaamsvloeistof van de cliënt betreft, zal desinfectie moeten plaatsvinden.
  • Reiniging van voorwerpen en meubilair dient afgestemd te zijn op de frequentie van gebruik, mate van vervuiling en de aard van het materiaal.
  • Vanzelfsprekend dient reiniging plaats te vinden wanneer mogelijk besmet materiaal, zoals bloed en excreta met zichtbare bijmenging, gemorst is. Voorwerpen en meubilair dienen bestand te zijn tegen de te gebruiken reinigingsmiddelen en desinfectantia.

Inrichting van de praktijkruimte

  • De praktijkruimte waar cliënten worden ontvangen dient opgeruimd en schoon te zijn. De ruimte dient regelmatig, één en ander afhankelijk van het bezoekersaantal, goed gereinigd worden. Men dient de praktijk liefst zo uit te rusten dat de ruimte gemakkelijk en goed schoongemaakt kan worden.
    Enkele tips:
  • Muren: duurzaam materiaal, behoeft in principe niet schoongemaakt te worden.
  • Vloer: afneembaar materiaal, stofvrij houden.
  • Behandeltafel: liefst afgedekt met nat af te nemen materiaal en anders gebruik maken van een schoon hoeslaken en eventueel bij iedere cliënt gebruik maken van nieuw stuk papierrol.
  • Wastafel: in elke behandelruimte een wastafel met koud en warm water.
  • Handdoeken: kies voor een handdoekendispenser of eenmalig gebruik.
  • Wasmand; doe gebruikte handdoeken direct in een dichte wasmand.
  • Prullenbak: met deksel of klep, regelmatig legen en voorzien van plastic afvalzakken
  • Zeep: maak gebruik van vloeibare handzeep, nooit een stuk zeep.
  • Handendesinfectans: zet een flacon of dispenser in de behandelruimte.
    Bron: Landelijke Werkgroep Infectie Preventie. Auteur: Ann Jurriëns-Velthorst

3.d  Overige praktijkvoorschriften

  • De behandelruimte moet een geluids- en zichtdichte ruimte zijn. Er moet een duidelijke scheiding zijn tussen de wachtkamer, behandelkamer, douche en toilet.
  • De behandelruimte is minimaal 6m², goed geventileerd, voldoende verwarmd en het mag er niet tochten.
  • De praktijk is voorzien van een afgescheiden kleedruimte waar de cliënt zich kan ontkleden en aankleden.
  • In alle ruimtes binnen de praktijk geldt een rookverbod.
  • De praktijk is toegankelijk voor mensen met een fysieke beperking, die van een rolstoel gebruik maken.

4. Veiligheidscode

  • De veiligheidscode geldt in bijzondere mate voor behandelaren die werken met cliënten met een forensisch en of psychiatrisch profiel. De risicotaxatie bij deze cliënten vindt plaats tijdens en na de intake. De intake van deze cliënten mag enkel en alleen gedaan worden door een door de Nederlandse Overheid geaccrediteerde therapeut en een collega observant.
  • De behandelaar dient te werken vanuit een niet aan huis of in huis gevestigde praktijk. Hierdoor wordt zijn privé-leven afgeschermd.
  • De behandelaar heeft een beroepsaansprakelijkheidsverzekering waardoor beroepsmatige schade waarop hij kan worden aangesproken in redelijkheid is gedekt.
  • De behandelaar is in het bezit van een praktijktelefoon met een apart telefoonnummer, met daaraan verbonden een antwoordapparaat of voicemail.
  • De praktijk is indien nodig, afdoende beveiligd met camera’s en een (inbraak)beveiligingssysteem en -service die 24 uur per dag bereikbaar is en dienst heeft.
  • Alle cliënten zijn verplicht zich door middel van een geldig paspoort, rijbewijs en of identiteitskaart te identificeren, wanneer de behandelaar daar om verzoekt.
  • De cliënt is verplicht een cliëntformulier in te vullen waarop persoonlijke gegevens staan vermeld. Dit formulier wordt bij het dossier gevoegd.
  • De behandelaar/docent mag vanwege de maatschappelijke controverse aangaande dit vakgebied werken onder een andere naam dan zijn eigen naam. Maar dient dit wel te melden aan de cliënten, die hij behandelt of studenten die hij doceert. Collega’s, cliënten, studenten en anderen dienen deze keuze te respecteren.
  • Wanneer een sessie buiten de praktijk plaatsvindt, dient een behandelaar in te bellen naar een collega of bewaker, wanneer hij de sessie begint en ook weer af te melden via de telefoon wanneer de sessie is beëindigd.
  • In geval van een verhoogd risico bij een sessie met een forensische/psychiatrische cliënt is er op de achtergrond altijd een collega aanwezig ter ondersteuning.
  • Bij bijzonder kwetsbare cliënten is het raadzaam voor de behandelaar in kwestie om bij iedere sessie, waarbij coïtaal en of genitaal contact tussen behandelaar en cliënt plaatsvindt, de cliënt een schriftelijke verklaring te laten tekenen, waarin deze zijn goedkeuring en vrijwilligheid bevestigd. Dit voorkomt mogelijke problemen achteraf.

5. Herzien beroepscode en klachtenreglement

  • De beroepscode en het klachtreglement zal minimaal elke vijf jaar worden herzien en indien nodig eerder worden aangepast.

(c) All copyrights reserved by: Dr. Tara Long 10 januari 2009 en 2 maart 2010.
Research en concept: Dr. Tara Long.
Dr. Tara long is opgeleid als cognitief neuropsycholoog, seksuologische lichaamswerker, tantrika, transpersoonlijk & integraal psycholoog.

Voetnoten (* ..)

  • * 1) Een behandelaar biedt dienstverlening welke gericht is op het verwerkelijken of verbeteren van het seksuele en relationele welbevinden van een cliënt.
  • * 2) Een seksuologische lichaamswerker is een therapeut/docent die seksuologisch (lichamelijk) werk verricht of doceert. In zijn sessies kan deze behandelaar, indien gewenst en noodzakelijk voor de cliënt, deze doelbewust intiem en of seksueel aanraken om hiermee het seksuele bewustzijn van de cliënt te vergroten, trauma’s op seksueel/ relationeel gebied te verwerken, kennis en vaardigheden op het gebied van seks te vergroten.
  • * 3) Een sekszorgverlener heeft tegen betaling seksueel/intiem contact met cliënten, die daar vanwege hun geestelijke en of lichamelijke beperking zelf niet in kunnen voorzien. Deze cliënten ontberen vaak voor langere tijd seksuele en intieme relaties met anderen. De sekszorgverlener is getraind in het omgaan met mensen met een lichamelijke en of geestelijke beperking. Kan daarom een vertrouwelijke en integere relatie opbouwen met deze cliënt en voorziet de cliënt van het broodnodige seksuele/intieme lichamelijke contact.
  • * 4) "Hierbij moet worden aangetekend dat het draait om zogeheten “empowerment” van de cliënt/student om onder andere maximale assertiviteit te ontplooien tijdens het behandeltraject. Deze training moet in de meeste gevallen vooraf gaan aan seksuologisch lichaamswerk. Ditzelfde geldt voor het verwerken van seksuele trauma’s. Dit kan men duiden als draagkracht versterkende fase, pre-therapie of pre-training. Met het doel de gepraktiseerde eigen verantwoordelijkheid van de cliënt/student te maximaliseren. De daaruit voortkomende draagkracht bij de cliënt/student moet vervolgens blijken uit gedrag en uitspraken van de cliënt/student. Het gevolg hiervan is dat de benodigde intimiteit voor het intieme leertraject gefaciliteerd wordt. De cliënt/student geeft vervolgens zelf aan: ‘nu wil ik het, nu ben ik er klaar voor, de cliënt/student verheugt zich erop en de behandelaar/docent ervaart ook dat de condities voor succesvolle seksuologische lichaamsgerichte interventies en behandeling/training vervuld zijn.” (Aanvulling en commentaar van Drs. A. Tinbergen, 2009).
  • * 5) Het respect tonen voor overtuigingen en gedachtegoed van de cliënt betekent niet dat de cliënt niet uitgedaagd kan worden om irrationele dan wel schadelijke of anderszins dysfunctionele gedachten en overtuigingen te veranderen met het oogmerk om de levenskwaliteit van de cliënt/student te verbeteren. (Aanvulling en commentaar van Drs. A. Tinbergen, 2009).
  • * 6) Ambassadeur in deze context kan worden gezien als een individu die als maatschappelijk rolmodel en spreekbuis fungeert op het gebied van intimiteit, seksualiteit, liefde en relaties.
  • * 7) Echter ook stagiaires tekenen voorafgaand aan hun stage een geheimhoudingscontract voor de periode van hun stage.
  • * 8) Onder dossier wordt verstaan: een verzameling feitelijke gegevens, verkregen door de behandelaar, die bewaard worden vanwege hun relevantie voor de kwaliteit en of voortgang van de professionele relatie.
  • Rapportages uitgebracht aan derden met toestemming van de cliënt of op last van de rechter horen hier eveneens toe. Werkaantekeningen van de behandelaar met persoonlijke visies en beoordelingen behoren niet tot het dossier, en dienen gescheiden daarvan bewaard te worden.
  • * 9) Supervisie: het individueel of in kleine groepen, met begeleiding van een supervisor leren hulpvragen in de seksuologische hulpverlening, of de overdracht van kennis, vaardigheden en attitude met betrekking tot seksualiteit, methodisch te benaderen en te hanteren door middel van reflectie op het eigen professioneel handelen, waarbij persoonlijke ontwikkeling, werkervaring en beroep elkaar direct en wederzijds beïnvloeden.
  • * 10) Intervisie: methode van intercollegiaal overleg waarbij de aspecten van ‘leren – adviseren – reflecteren’ een centrale rol spelen in een gestructureerde vorm van systematische uitwisseling van werkervaring en reflectie daarop, door professionals met als doel een beter functioneren in hun beroepsrol.
  • * 11) Liefst cliëntgegevens digitaal verzenden aan collega’s en het dossier via het scherm bespreken tijdens (staf)overleg. Print-outs liever vermijden!
  • * 12) “De overdracht die altijd in deze settings plaatsvindt, is juist deel van het te bewerken materiaal. Dit is tevens een uitermate belangrijk lesonderdeel in de te realiseren beroepsopleidingen voor seksuologische lichaamswerkers. Dit vooral vanwege de ultieme intimiteit van het werk. Elke seksuologische lichaamswerker, of het nu een therapeut is, een coach of een zorgverlener, dient hiervoor zijn instrumentarium klaar te hebben. Dit zou een basisvoorwaarde moeten zijn voor accreditatie als uitoefenaar van het beroep.” (Aanvulling en commentaar van Drs. A. Tinbergen, 2009).
  • * 13) Dit ecologische aspect houdt in dat in de behandeling nadrukkelijk rekening wordt gehouden met de context en de naaste omgeving van de cliënt, zodat deze door het behandeltraject zich niet vervreemd voelt ten opzichte van zijn persoonlijke context.
  • * 14) Hands-on en body on werk verwijst naar de bewust intieme en fysieke seksuele relatie die seksuologische lichaamswerkers met hun cliënten en studenten kunnen hebben gedurende de duur van de professionele relatie. Bij hands-on contact wordt het (intiem/genitaal/vaginaal/anaal) aanraken en masseren door de handen bedoeld. Bij body-on contact wordt het aanraken van en met het hele lichaam bedoeld en tevens het genitaal en coïtaal contact dat plaats kan hebben tussen de seksuologische lichaamswerker en zijn cliënt/student.
  • * 15) “Hierbij moet wel opgemerkt worden dat lichaamsgerichte behandelingen, al dan niet seksuele interventies een “inweektijd” nodig kunnen hebben. Er is tijd nodig om het vertrouwen van een cliënt op te bouwen. Wellicht niet eens zozeer het vertrouwen in de behandelaar, als wel het vertrouwen dat het eigen lichaam wijsheid, kennis en sleutels kan onthullen voor het oplossen van problemen en of het bereiken van het doel.” (Aanvulling en commentaar van Drs. A. Tinbergen, 2009).